020 - 210 90 09

Een bestuurder van een besloten vennootschap kan niet zomaar aansprakelijk worden gesteld voor zijn handelen. Hij is belast met een zware en zeer verantwoordelijke taak en zal soms moeilijke en ingrijpende beslissingen moeten nemen. Om van bestuurders geen ‘bange’ bestuurders te maken, wordt een beroep op bestuurdersaansprakelijkheid slechts onder zeer strenge voorwaarden gehonoreerd. De norm is ‘onbehoorlijk bestuur’: de bestuurder moet persoonlijk een ernstig verwijt gemaakt kunnen worden.

Externe bestuurdersaansprakelijkheid

Externe bestuurdersaansprakelijkheid houdt de aansprakelijkheid van een bestuurder jegens een derde in. Naast de curator kan ook een crediteur een bestuurder extern aansprakelijk stellen voor zijn vordering jegens de vennootschap. De grondslag daarvoor is het algemene artikel van onrechtmatige daad (artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek). Uit de jurisprudentie is gebleken dat de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad twee vormen kan aannemen.

De Beklamel norm

De zogenaamde Beklamel norm vloeit voort uit het New Holland Belgium arrest van de Hoge Raad. Volgens deze norm is het onrechtmatig om een verbintenis aan te gaan met een derde waaruit een betalingsverplichting voor de vennootschap voortvloeit, terwijl de bestuurder bij het namens de vennootschap aangaan van die verbintenis weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap niet haar betalingsverplichting zal kunnen nakomen en haar crediteur geen verhaal zal bieden. Het gaat dus eigenlijk om lichtvaardig contracteren. Dat is bijvoorbeeld het geval als een bestuurder weet dat een faillissement niet afgewend kan worden, maar hij toch nieuwe verplichtingen namens de vennootschap aangaat. Aansprakelijkheid op deze grond wordt makkelijker aangenomen, omdat er een minder zware bewijslast geldt. De bewijslast wordt in veel gevallen verdeeld tussen de partijen, met als gevolg dat de bestuurder zelf moet aantonen dat hem persoonlijk geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Toch is het vaak lastig om te bewijzen dat de bestuurder wetenschap beschikte over het lichtvaardige contracteren, met als gevolg dat de procedure stukloopt door een gebrek aan bewijs. De schuldeiser moet namelijk met concreet bewijs op de proppen komen dat de financiële positie ten tijde van het aangaan van de overeenkomst al zodanig slecht was dat men behoorde te weten dat de betalingsverplichting niet nagekomen zou kunnen worden.

Ontvanger / Roelofsen

De tweede maatstaf, voortvloeiende uit het arrest Ontvanger/Roelofsen van de Hoge Raad, stelt dat bestuurdersaansprakelijkheid kan worden aangenomen als een bestuurder heeft bewerkstelligd dat zijn vennootschap de crediteur niet betaalt en tevens geen verhaal biedt, kortweg frustratie van betaling en verhaal. Deze maatstaf gaat dus nog een stukje verder ten opzichte van de vorige. De vennootschap komt haar betalingsverplichting niet na, maar zonder twijfel is dat het gevolg van het gedrag van de bestuurder. Zijn handelen of nalaten ten opzichte van de schuldeiser is zodanig onzorgvuldig dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De bewijslast bij deze grondslag ligt op de schuldeiser. Die moet zien aan te tonen dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelswijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Dan pas is er sprake van een ernstig verwijt en kan de bestuurder aansprakelijk gehouden worden voor de schade van de schuldeiser wegens het creëren van feitelijke betalingsonmacht. Door deze zware bewijslast zal een beroep op de Ontvanger/Roelofsen norm niet snel slagen. Aantonen dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, blijkt in de praktijk heel lastig te zijn.

Casuïstische rechtspraak

Uit de rechtspraak over dit onderwerp is gebleken dat de uitspraak zeer afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Dat is vrijwel in elke zaak natuurlijk zo, maar bij de aansprakelijkheidstelling van een bestuurder worden er heel open normen gehanteerd en is er vaak sprake van een complex en divers feitenaanbod. De rechter moet echt van geval tot geval onderzoeken of er sprake is van een onrechtmatige situatie.

Bent u in uw hoedanigheid als schuldeiser benadeeld door een bestuurder en zou u graag geadviseerd willen worden op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid? Neem dan contact met mij op.

Oktober 2016

Carel Erasmus