020 - 210 90 09

Ondernemingsrecht – Bestuurdersaansprakelijkheid

application-form

Please enable the breadcrumb option to use this shortcode!

Bestuurdersaansprakelijkheid

Ondernemers kiezen voor een rechtspersoon (besloten vennootschap / naamloze vennootschap) om ervoor te zorgen dat, indien het bedrijf schulden maakt, verlies draait of schade veroorzaakt door een bepaalde beslissing te nemen, zij niet zelf maar de onderneming aansprakelijk is voor de ontstane schade. Deze aansprakelijkheid kan echter niet in alle gevallen worden uitgesloten.

Aansprakelijkheid buiten een faillissement

Een bestuurder van een vennootschap is gehouden om zich jegens de vennootschap ‘behoorlijk’ te gedragen. Er is sprake van ‘onbehoorlijk’ bestuur indien de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Hiervan is sprake indien een redelijk handelend bestuurder in dezelfde omstandigheden van de betreffende beslissing zou hebben afgezien. In dat geval kan de bestuurder (persoonlijk)aansprakelijk worden gesteld op grond van het Burgerlijk Wetboek (2:9 BW). Hieronder staan een aantal voorbeelden van onbehoorlijk bestuur dat kan leiden tot aansprakelijkheid:

  • Het onttrekken van gelden aan de vennootschap voor persoonlijke doeleinden
  • Het plegen van fraude en/of strafbare feiten
  • Het nemen van onverantwoorde en buitensporige financiële risico’s
  • Verzuimen om de noodzakelijke verzekeringen af te sluiten
  • Vermenging van privézaken met het belang van de vennootschap
  • Handelen in strijd met de statuten, zoals onbevoegd verbinden van de vennootschap

De vennootschap kan de bestuurder aanspreken op grond van het burgerlijk wetboek (2:9 BW). Crediteuren dienen hun vordering via een actie uit onrechtmatige daad in te stellen (externe bestuurdersaansprakelijkheid)

Aansprakelijkheid en faillissement

Indien het faillissement van de vennootschap is ingetreden, beschikt de faillissementscurator over de exclusieve bevoegdheid om bestuurders persoonlijk aansprakelijk te stellen. Deze bevoegdheid staat in het burgerlijk wetboek opgenomen (artikel 2:138 en 2:248BW). De wet stelt twee vereisten aan deze exclusieve bevoegdheid. Zo dient er eerst komen vast te staan dat er sprake is geweest van ‘onbehoorlijk bestuur’. Daarnaast dient de faillissementscurator aannemelijk te maken dat het handelen van de bestuurder een belangrijke oorzaak is geweest van het intreden van het faillissement.
Indien een bestuurder heeft nagelaten om een boekhouding te voeren of de bestuurder nalaat om tijdig de jaarrekening te deponeren, is er sprake van onbehoorlijk bestuur. Bij deze gevallen gaat de wet ervan uit dat het onbehoorlijk bestuur een belangrijke factor is geweest bij het intreden van het faillissement.

Aansprakelijkheid in de oprichtingsfase

Ondernemers zijn gedurende de oprichtingsfase van de vennootschap aansprakelijk voor ontstane schulden, indien zij wisten of redelijkerwijs konden weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen. Deze regel volgt uit artikel 2:203 BW. Indien een vennootschap binnen een jaar na oprichting failleert, wordt vermoed dat de oprichter haar verplichtingen niet kon nakomen en kan deze met aansprakelijkheid worden geconfronteerd.

Fiscale aansprakelijkheid

Indien de bestuurder niet tijdig melding maakt van het feit dat de vennootschap haar belasting niet zal kunnen betalen, is deze aansprakelijk op grond van artikel 36 van de Invorderingswet. De bestuurder dient namelijk binnen 14 dagen schriftelijk de betalingsonmacht te melden.

Advies over bestuursaansprakelijkheid

Het gebied van bestuursaansprakelijkheid (of bestuurdersaansprakelijkheid) is een complex juridisch gebied, waar de laatste jaren veel ontwikkelingen in zijn geweest. De tendens is dat de bestuurder eerder dan vroeger aangesproken kan worden op doen of nalaten. Neem tijdig contact op met onze advocaat als u hier vragen over hebt.

Maak nu een afspraak


020 210 90 09


mail ons

Onze specialisten