Een Helderse vlet van vijf meter heeft wat achterstallig onderhoud, wat door een bevriende klusser wordt opgepakt. Partijen komen mondeling overeen dat de boot gerepareerd wordt voor € 15.000,-.

Een half jaar na aanvang van het werk laat de klusser weten dat het meer werk blijkt te zijn dan verwacht en qua € 15.000,- ook niet haalbaar lijkt. Er dient minimaal € 9.500,- te worden bijbetaald voor het meerwerk. De eigenaar van de boot gaat niet akkoord met de voorstellen die de klusser doet, om welke reden de klusser de opdracht terug geeft. Daarop vordert de eigenaar van de boot de gedane betalingen terug en ontbind de overeenkomst. Dit wordt niet betaald, om welke reden een procedure wordt gestart.

De rechter bepaalt allereerst dat sprake is van een aanneemovereenkomst met een vaste prijs. In zulke gevallen mag de prijs alleen omhoog als er onvoorziene kostenverhogende omstandigheden zijn én als de opdrachtgever daar tijdig over wordt geïnformeerd.

In dit geval is niet tijdig geïnformeerd. Volgens de rechter had de klusser, die de boot vooraf had geïnspecteerd, al veel eerder moeten zien dat de werkzaamheden omvangrijker zouden worden dan gedacht. Hij had bijvoorbeeld direct moeten melden dat alle spanten en huidgangen vervangen moesten worden, in plaats van de opdrachtgever daar halverwege mee te confronteren. Daardoor is er geen recht op betaling van het meerwerk.

Door het teruggeven van de opdracht is sprake van een tekortkoming aan de zijde van de overeenkomst, wat een ontbinding gerechtvaardigd. De eigenaar van de boot heeft recht op teruggave van de gedane betalingen. Daarnaast heeft zij ook recht op een vergoeding van de waardedaling van de boot.

(ECLI:NL:RBAMS:2024:7937)