De kantonrechter in Limburg heeft onlangs een vonnis gewezen inzake gebreken bij een auto. Een consument had een gereviseerde BMW 318d Touring van bouwjaar 2006 gekocht bij een garagebedrijf. Onderdeel van de koop was een revisie, waaronder vervanging van de motor, door een andere gebruikte motor. De aankoopprijs bedroeg € 7.500,00.
Twee maanden na de koop bleken er problemen te zijn. Deze zijn door de verkoper hersteld. De roetfilter en turbolader zijn bij deze reparatie vervangen.
Weer een paar maanden later bleken er andere gebreken, ditmaal aan de boordcomputer, koppeling, radio en airconditioning. Deze gebreken werden niet of onvoldoende door de verkoper hersteld. De advocaat van de koper heeft daarom, inmiddels een vol jaar na de aankoop, de koop ontbonden middels een brief aan de verkoper, en koper eiste een schadevergoeding g van ruim € 9.000,-. De verkoper liet daarop niets meer van zich horen.

De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek de door eiser op 25 mei 2018 bij gedaagde gekochte auto aan de overeenkomst moet beantwoorden. De aanwezige gebreken: de problemen met de koppeling, de boordcomputer, de radio en de airconditioning maken dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt indien deze ten tijde van de koop aanwezig waren. Dit is zelfs het geval indien de verkoper van de aanwezigheid ervan niet op de hoogte geweest zou zijn.
Omdat er in dit geval sprake is van een consumentenkoop, worden de gebreken geacht aanwezig te zijn geweest ten tijde van de koop indien deze zich binnen zes maanden na de koop manifesteren (art. 7:18 lid 2 BW). De koper heeft de auto binnen zes maanden na de aankoop meermalen aangeboden ter reparatie. Vermoed kan daarom worden dat de gebreken aanwezig waren ten tijde van de koop. Gedaagde heeft tegen dit vermoeden geen tegenbewijs aangeboden. De kantonrechter ziet geen aanleiding hem daartoe ambtshalve in de gelegenheid te stellen. Het staat daarmee dus vast dat de genoemde gebreken aanwezig waren ten tijde van de verkoop van de auto.
Bij een consumentenkoop kan de koper pas aanspraak maken op ontbinding van de koopovereenkomst indien herstel en vervanging onmogelijk zijn of de verkoper tekort is geschoten in zijn verplichting tot – kort gezegd – herstel (art. 22 lid 2 BW). Het staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat eiser meerdere keren de auto heeft aangeboden aan gedaagde voor herstel, dat deze er ook aan heeft gewerkt, maar dat afdoende herstel niet heeft plaatsgevonden. Van eiser kan niet verwacht worden dat hij nog langer op juiste uitvoering van de koopovereenkomst wacht.
Eiser heeft de koopovereenkomst op 17 mei 2019 daarom, naar het oordeel van de kantonrechter, terecht buitengerechtelijk ontbonden.

De garage wordt vervolgens veroordeeld tot een schadevergoeding van de gevraagde € 9.000,- plus de incassokosten ad € 828,- plus advocaat-proceskosten ad € 1.200,-. Al met al moet de garage dus ruim € 11.000,- betalen, en krijgen ze de auto inclusief gebreken weer terug.

Ik zie vaak dat het zo gaat: de verkopende garage doet in eerste instantie nog wel wat reparaties, maar als er daarna nog meer gebreken opduiken, heeft de verkoper er geen zin meer in, en wil hij niet meer zijn best doen. Maar de verkoper moet zich realiseren dat bij een consumentenkoop, de consument mag verwachten dat de auto vrij van problemen is, in ieder geval de eerste zes maanden. En dat geldt ook voor een tweedehands auto, hoe oud en hoeveel kilometers er ook mee gereden zijn. Een assertieve en aanhoudende advocaat kan dan veel betekenen.

Heeft u een auto gekocht en zijn er gebreken die de verkoper niet kosteloos wil herstellen? Laat het mij weten, want in veel gevallen is er dan succes te behalen.

Carel Erasmus
Advocaat