Op 21 januari 2020 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar uitspraak gedaan op het verzoek van een tattoo-shopexploitant om het besluit van de burgemeester van de gemeente Hoorn te schorsen. De burgemeester heeft het pand waarin de tattoo-shop zich bevond voor onbepaalde tijd gesloten omdat het in strijd met de openbare orde in gebruik was als bijeenkomstruimte/clubhuis van een chapter van een ontbonden en verboden verklaard informele motorvereniging. De vraag was of deze sluiting disproportioneel was gelet op de omstandigheden.

Outlaw Motorcycle Gang
Volgens politie en justitie is een Outlaw Motorcycle Gang (OMG): een broeinest van individuele misdaad en georganiseerde criminaliteit. Om die reden heeft de rechtbank Den Haag bij uitspraak van 18 juni 2018 de informele motorclub met onmiddellijke ingang ontbonden en verboden verklaard op grond dat de werkzaamheid van de vereniging in strijd is met de openbare orde. Aan dit oordeel heeft de rechtbank de cultuur en de gedraging van de leden van de vereniging ten grondslag gelegd. Op 18 juni 2019 heeft het gerechtshof de genoemde uitspraak bevestigd

Voorzetting van de vereniging
De burgemeester is op grond van meerdere controles tot de conclusie gekomen dat het bedrijfspand in gebruik was en is gebleven als clubhuis van de verboden motorclub en dat de eigenaar van de tattooshop deel uitmaakte van deze club. Tijdens de controles is ook geconstateerd dat een aantal voormalige leden na de verbodenverklaring hun verenigingsactiviteiten hebben voortzet onder een andere naam. Volgens de burgemeester is deze naam slechts een alias en is ondanks de wijziging van de naam van de motorvereniging voldoende aannemelijk dat het pand na het verbod in gebruik is gebleven als clubhuis van de verboden motorclub, omdat er sinds het verbod feitelijk niets is veranderd.

De uitspraak
Ter bescherming van de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat kan de burgemeester sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte, als zich er feiten en omstandigheden voordoen die de vrees voor ernstig gevaar voor de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat rechtvaardigen.

Door de rechter werd vooropgesteld dat tussen partijen geen geschil bestaat dat een deel van het pand voorheen in gebruik was door de inmiddels verboden motorclub, dat de inrichting van het pand ongewijzigd is gebleven en dat het logo van de ook verboden zusterclub grotendeels gebruikt wordt. Voorts oordeelde de rechter dat tijdens de clubavondbijeenkomsten voor een groot deel dezelfde personen aanwezig waren die bevestigd lid waren van de chapter van de ontbonden vereniging, dat voorheen gebruik maakte van het clubhuis. De rechter oordeelde dat gelet op de omstandigheden er sprake is van een zodanige gelijkenis met de verboden motorclub, dat dit op zichzelf al de vrees wettigt dat het openblijven van het pand een ernstig gevaar voor de openbare orde zal opleveren.

Daarnaast oordeelde de voorzieningenrechter dat het besluit van de burgemeester niet inhoudt dat oud-leden van de verboden motoclub het recht op vereniging wordt ontnomen. Het staat oud-leden ondanks het verbod volgens de rechter vrij om zich opnieuw te verenigen. De vraag die dan beantwoord dient te worden is of de nieuwe vereniging geen voorzetting van de verboden motorclub is. Ook het feit dat het verenigingsverbod niet onherroepelijk is, doet hier niets aan af volgens de voorzieningenrechter.

Het recht van vereniging trekt in deze zaak aan het kortste eind ten opzichte van de bescherming van de openbare orde. Als u hierover meer wilt weten, neemt u dan gerust contact op met mij, advocaat bestuursrecht Errol Opering.